Hoe banken miljarden verdienen met “valsmunterij”

We vinden het maar normaal dat alles altijd maar duurder wordt.

Inflatie, het lijkt er gewoon bij te horen.

Weinigen maken zich druk over het feit dat een biljet van 50 euro over 10 jaar niet meer dezelfde koopkracht heeft.

Milton Friedman noemde inflatie dan ook geheel terecht “taxation without legislation”.

De meeste economen vinden een beetje inflatie een goede zaak.

Dat ze daarmee eigenlijk bedoelen dat het vooral een goede zaak is voor de bank die hun salaris betaalt, wordt wijselijk achterwege gehouden.

Vooraleer ik uitleg waarom dat zo is, wil ik je echter meenemen in de geschiedenis.

Inflatie is namelijk helemaal niet zo noodzakelijk als men ons zo graag wil laten geloven.

Zo kende Nederland bijvoorbeeld een lange periode zonder inflatie!

Onderstaande grafiek maakt duidelijk dat er honderden jaren lang nauwelijks inflatie was.

De Nederlandse economie boomde tijdens deze periode als nooit voorheen. De 17de eeuw staat bekend als de Gouden Eeuw.

Het fabeltje dat inflatie nodig is om de economie te laten groeien, kan daarmee richting prullenbak.

De grafiek laat ook zien dat de inflatie pas begon op te lopen toen Nederland in 1936 de goudstandaard verliet.

Gouden standaard in Nederland

Nederland had bij monde van Minister-president Colijn enorm lang weerstand geboden, maar toen ook Zwitserland en Frankrijk de goudstandaard verlieten, werd die positie onhoudbaar.

Colijn beschouwde het loskoppelen van de munt van de gouden standaard immers als “valsmunterij”.

In zekere zin heeft hij natuurlijk gelijk.

Zonder een koppeling aan goud, kan je immers naar welbelieven geld printen waardoor je de waarde van je munt onderuit haalt.

De koopkracht van het geld wordt aangetast door de inflatie.

En dat is ook precies wat er gebeurde toen Colijn die koppeling in 1936 opgaf.

De inflatie stak de kop op en zou in de decennia nadien nooit meer verdwijnen.

Door het loslaten van de gouden standaard, verloor geld een heel belangrijke eigenschap.

Geld heeft namelijk drie functies:

1) medium of exchange
2) store of value
3) unit of account

Geld was nadien niet langer een “store of value”.

Geld was niet meer in staat om je koopkracht te bewaren.

Tot die tijd kon je je geld gewoon in een sok bewaren en er zeker van zijn dat dat geld twintig jaar later dezelfde koopkracht had.

Die voorspelbaarheid verdween samen met de gouden standaard.

Door de onzekere inflatie wist je nooit hoeveel geld je precies nodig zou hebben voor toekomstige uitgaven.

Dat gaf een heel nieuwe dimensie aan het begrip sparen. Een evolutie die de banken perfect in de kaart speelde.

Het geld onder je matras verloor permanent aan koopkracht waardoor je eigenlijk verplicht werd om er “iets” mee te doen.

Je werd eigenlijk gedwongen om je geld waardevast te investeren.

Sparen werd investeren. En daar hoorden natuurlijk ook de nodige risico’s bij.

Niemand was verplicht om risico’s te nemen toen geld nog een “store of value” was, maar dat was nu wel even anders!

Om de inflatie voor te blijven, moest je op zijn minst je geld naar de bank brengen om het uit te lenen tegen rente.

De bank betaalt jou een kleine rentevergoeding die in het beste geval de inflatie dekt en leent jouw geld vervolgens tegen een hoger tarief weer uit.

Het verschil is de rentemarge. ING harkte er in 2017 zo maar eventjes 13,7 miljard euro mee binnen.

Als ING teveel wanbetalers kent, gaat de bank failliet en ben jij als spaarder je geld kwijt.

Waar je voorheen je geld gewoon in chartale vorm kon bijhouden, moet je nu echter risico’s nemen om hetzelfde (namelijk het behoud van je koopkracht) te bereiken.

Het is een bijzonder slimme list van de banken waardoor zij nu opééns miljarden verdienen met jouw centen.

PS. Ik publiceer 2-3x in de week een nieuwsbrief die momenteel gelezen wordt door 54.555 beleggers.

Ik vertel je hoe ik mijn eigen centen investeer, en ben open over zowel mijn winnaars als mijn verliezers.

Klik hier om je in te schrijven
 

Maarten